Geen leges voor een omgevingsvergunning als het bestemmingsplan verouderd is

Geen leges voor een omgevingsvergunning als het bestemmingsplan verouderd is

Op 17 november jongstleden heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan over de reikwijdte van de zogeheten legessanctie. Dat is de sanctie voor gemeenten die een bestemmingsplan niet op tijd hebben geactualiseerd. De uitspraak maakt duidelijk dat u in zo’n geval geen leges hoeft te betalen, ook niet voor een deel.

 

Gemeenten mogen betaling te vragen voor de diensten die zij leveren. Dat wordt gedaan door leges in rekening te brengen, bijvoorbeeld voor een omgevingsvergunning. Iedereen die wel eens een omgevingsvergunning heeft aangevraagd weet, dat het daarbij om behoorlijke bedragen kan gaan, zeker voor wat grotere bouwplannen. Leges uit omgevingsvergunningen zijn voor gemeenten dan ook een behoorlijke inkomstenbron.

 

In artikel 3.1, tweede lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is bepaald dat de gemeenteraad iedere tien jaar een nieuw bestemmingsplan moet vaststellen of het bestaande plan moet verlengen. Doet de raad dat niet, dan vervalt de bevoegdheid tot het invorderen van leges (artikel 3.1, vierde lid, Wro). Met deze sanctie, de legessanctie, heeft de wetgever de gemeenten een sterke financiële prikkel willen geven hun bestemmingsplannen actueel te houden.

 

Gemeenten proberen op verschillende manieren onder de legessanctie uit te komen. Zo bepalen zij bijvoorbeeld dat voor een omgevingsvergunning toch leges moeten worden betaald, maar alleen niet voor het deel dat ziet op de toetsing aan het bestemmingsplan.  Voor de andere onderdelen van de toetsing, bijvoorbeeld aan het Bouwbesluit, brengen zij dan toch leges in rekening. Andere gemeenten brengen leges in rekening voor bouwplannen die in strijd zijn met het oude bestemmingsplan. Zij redeneren dat deze bouwplannen geen verband houden met het bestemmingsplan.

 

De Hoge Raad heeft in de uitspraak van 17 november[1]  een streep gezet door al deze ontsnappingsroutes en precies uitgelegd hoe de legessanctie werkt. De Raad oordeelt allereerst dat de toetsdatum voor de legessanctie het moment is waarop de gemeente de aanvraag in behandeling  neemt. Dat is meestal het moment van indiening van de aanvraag, behalve als de aanvraag niet volledig is. De gemeente kan dus niet de toetsdatum opschuiven naar bijvoorbeeld het moment waarop de vergunning wordt verleend en in de tussentijd het bestemmingsplan vernieuwen of verlengen.

 

In de tweede plaats stelt de Hoge Raad vast, dat de legessanctie niet alleen ziet op aanvragen voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten in overeenstemming met het bestemmingsplan, maar ook op activiteiten die met het oude bestemmingsplan in strijd zijn. Volgens de Hoge Raad is die uitleg redelijk, omdat de noodzaak voor een vergunningaanvraag die afwijkt van het bestemmingsplan, een gevolg is van het feit dat het bestemmingsplan is verouderd.

 

Ook de vraag of gemeenten alleen de bestemmingsplantoets van de legesheffing kunnen uitzonderen, beantwoordt de Hoge Raad ontkennend. Het in behandeling nemen van een aanvraag omgevingsvergunning moet worden aangemerkt als één dienst die verband houdt met het bestemmingsplan. Daarbij maakt het geen verschil dat de gemeente werkzaamheden van verschillende aard moet verrichten en verschillende toetsingskaders moet hanteren.

 

Tot slot oordeelt de Hoge Raad dat als de toetsdatum is verstreken, niet alleen de bevoegdheid tot invordering, maar ook de bevoegdheid tot het heffen van de leges vervalt. De gemeente kan na de toetsdatum dan ook helemaal geen leges meer in rekening brengen.

 

Hebt u een legesnota ontvangen voor een omgevingsvergunning en twijfelt u of ook in uw geval het bestemmingsplan op tijd is geactualiseerd? Neemt u dan contact op met mr. J. (Johan) van Groningen of mr. M.J.J. (Martijn) de Winter.

 

[1] HR 17 november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2877.