Overheid niet alleen aansprakelijk voor belanghebbenden ex artikel 1:2 Awb (ECLI:NL:HR:2016:1454)

Overheid niet alleen aansprakelijk voor belanghebbenden ex artikel 1:2 Awb (ECLI:NL:HR:2016:1454)

Overheid niet alleen aansprakelijk voor belanghebbenden ex artikel 1:2 Awb (ECLI:NL:HR:2016:1454)

 

Een procedure voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het bouwen (tot oktober 2010 spraken we gewoon van een bouwvergunning) kan lang duren. In die tijd kan de grond of het bouwwerk verkocht worden. De aanvrager van de omgevingsvergunning en degene die feitelijk belang heeft bij het verlenen van deze vergunning zijn niet altijd dezelfde persoon. Ook komt het voor dat een ander dan de eigenaar van de grond of het bouwwerk de vergunning aanvraagt. Denk maar aan een projectontwikkelaar die vaak de omgevingsvergunning aanvraagt: de ontwikkelaar wordt soms nooit eigenaar en anderen, meestal de kopers van de grond, hebben daadwerkelijk inhoudelijk belang bij de omgevingsvergunning.

 

Als de gemeente ten onrechte de omgevingsvergunning weigert, kunnen verschillende partijen schade lijden: niet alleen de aanvrager, maar ook bijvoorbeeld de nieuwe eigenaar. Heeft alleen de aanvrager recht op schadevergoeding, of ook anderen die schade lijden? Vrijdag 8 juli 2016 heeft de Hoge Raad hierover beslist, in een zaak waarin  Den Hollander Advocaten de gedupeerde partij bijstond. De casus was als volgt.

 

Graansma had een solitaire windmolen op een perceel van Bolijn. De gondel van de windmolen was aan vervanging toe en hiervoor was subsidie beschikbaar. Bolijn vroeg in 2003 een bouwvergunning aan. Een paar maanden later werd Graansma officieel eigenaar van de windmolen. De gemeente was tegen de vervanging van de windmolen, omdat de turbine van Graansma bij een boerderij stond en het beleid van de gemeente was gericht op het tegengaan van dit soort zogeheten solitaire windmolens. Burgemeester en wethouders namen de vergunningaanvraag eerst helemaal niet in behandeling en weigerden de bouwvergunning alsnog ruim drie jaar later, in 2006.

 

De rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelden dat het  college de bouwvergunning ten onrechte had geweigerd[1]. Inmiddels was evenwel de subsidie voor de bouw van een nieuwe gondel afgeschaft. Graansma leed hierdoor € 770.577,– schade en vorderde daarom vergoeding van deze schade van de gemeente. De gemeente verweerde zich met het argument dat Graansma geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat niet Graansma, maar Bolijn de bouwvergunning had aangevraagd.

 

De rechtbank en het hof gaven de gemeente gelijk. De Hoge Raad oordeelt echter anders. De Hoge Raad stelt dat niet alleen belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 Awb recht op schadevergoeding hebben. De Hoge Raad:

3.4.2. Anders dan het hof heeft geoordeeld, is voor aansprakelijkheid jegens een benadeelde op grond van de door Graansma c.s. in deze zaak ingeroepen normen, niet vereist dat de benadeelde belanghebbende is in de zin van de Awb. Denkbaar is immers dat de belangen van bepaalde “derden”, kenbaar voor het bestuursorgaan, in zodanige mate betrokken zijn bij een besluit, dat het bestuursorgaan ook jegens deze derden –afhankelijk van de verdere omstandigheden van het geval– in strijd kan handelen met de in het maatschappelijk verkeer in acht te nemen zorgvuldigheid door die normen niet in acht te nemen (vgl. HR 11 januari 2013, ECLI:NL:2013:BX7579, NJ 2013/47).

 

Hieruit lijkt te volgen dat wanneer de gemeente weet dat derden bij een project betrokken zijn, de gemeente niet alleen schadevergoeding verschuldigd kan zijn aan de aanvrager van de vergunning, maar ook aan die derden. Als u betrokken bent bij een project, is het dus verstandig om bij de gemeente bekend te maken wat uw belangen zijn en het bewijs daarvan goed te bewaren.

 

 

Wilt u meer informatie over deze uitspraak, neemt u dan contact op met de heer mr. W.M. Bijloo

 

[1] Zie de uitspraak van 18 februari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH3219.