Begunstigingstermijn Recreatiewoning te lang

Begunstigingstermijn van tien jaar bij een recreatiewoning is te lang

Recent heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een interessante uitspraak gedaan over het optreden tegen permanente bewoning van recreatiewoningen. Het geschil speelde in de gemeente Zundert, waar woningen op een recreatiepark al jarenlang permanent werden bewoond. Omwonenden van het park hadden burgemeester en wethouders gevraagd tegen deze bewoning op te treden. Het college weigerde dit aanvankelijk, maar keerde uiteindelijk op zijn schreden terug. Vervolgens nam het college het besluit een last onder dwangsom op te leggen met een begunstigingstermijn van tien jaar. Met andere woorden: de bewoners van het park mochten hun recreatiewoning nog tien jaar lang als permanente woning blijven gebruiken.

Tegen dit besluit tekenden de omwonenden opnieuw beroep aan. Zij vonden de termijn veel te lang. De rechtbank gaf hen daarin gelijk en bepaalde zelf de termijn op een jaar. De Afdeling moest vervolgens oordelen over de vraag of de rechtbank zelf in de zaak had mogen voorzien én of de termijn van tien jaar aanvaardbaar was. Volgens het college was dat het geval, omdat de bewoners een nieuwe woning zullen moeten zoeken en omdat in de gemeentelijke beleidsregels is bepaald dat de begunstigingstermijn maximaal tien jaar mag bedragen. Bovendien behoort het tot de beleidsvrijheid van een bestuursorgaan om de begunstigingstermijn te bepalen, zo vond het college.

De Afdeling laat de uitspraak van de rechtbank in stand. Kern van de uitspraak is het oordeel van de Afdeling dat een termijn van tien jaar onredelijk lang is. Een begunstigingstermijn mag namelijk niet langer zijn dan noodzakelijk, ondanks het principe dat het college de nodige vrijheid heeft die termijn te bepalen. De termijn van een jaar vindt de Afdeling hier lang genoeg, waarbij zij de omstandigheden van het geval laat meewegen, zoals de lange voorgeschiedenis van deze zaak. Voor het vinden van een woning is een jaar acceptabel, ook omdat de bewoners hun recreatiewoning niet hoeven te verkopen, zo vindt de Afdeling. Daar doen de gemeentelijke beleidsregels niet aan af.

De Afdeling heeft er ook geen problemen mee dat de rechtbank de zaak zelf heeft afgedaan. Dat past in de rol van de rechter om een geschil, als dat mogelijk is, finaal te beslissen.

Deze uitspraak laat zien dat de rechter kritisch kijkt naar de begunstigingstermijn bij handhavingsbesluiten. Die termijn kan zo lang zijn, dat er van serieus handhaven eigenlijk geen sprake meer is. De uitspraak sluit aan bij de tendens waarbij de bestuursrechter meer en meer van bestuursorganen verwacht dat zij tegen overtreding van wettelijke voorschriften daadwerkelijk optreedt, zeker als inwoners daar om vragen.