Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State schrapt de Maatlat Duurzame Veehouderij

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State schrapt de Maatlat Duurzame Veehouderij

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State schrapt de Maatlat Duurzame Veehouderij

Op 21 januari 2015 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een belangrijke uitspraak (ECLI:NL:RVS:2015:84) gedaan over duurzaamheidseisen in bestemmingsplannen. Het zou goed kunnen dat de uitspraak gevolgen heeft voor andere duurzaamheidseisen in ruimtelijke regels, zoals vooral de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV). De BZV ligt sinds vorig jaar vast in de Verordening Ruimte 2014 van Noord-Brabant.

In de kwestie waarin de Afdeling uitspraak heeft gedaan, ging het om het vastgestelde bestemmingsplan “Buitengebied 2009, herziening fase 1A” van de gemeente Reusel-De Mierden. In dit bestemmingsplan zijn onder meer planregels opgenomen die betrekking hebben op de ontwikkelingsmogelijkheden van intensieve veehouderijen. Zo is in de planregels bepaald dat nieuwe stallen moeten voldoen aan de voorwaarden uit het certificeringssysteem Maatlat Duurzame Veehouderij. Dit betekent dat vanuit duurzaamheidsoogpunt eisen worden gesteld op het gebied van ammoniakemissie, bedrijf en omgeving, brandveiligheid, diergezondheid, dierenwelzijn, energie en fijn stof.

Een aantal agrariërs kon zich niet met deze bepalingen verenigen. In hun beroepschrift brachten zij naar voren dat de wetgever in sectorale regelgeving, zoals de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, al heeft voorzien in een exclusief en uitputtend toetsingskader voor diverse milieuaspecten waaraan een uitbreiding van een intensieve veehouderij moet voldoen. De gemeenteraad van Reusel-De Mierden was in hun ogen daarom niet bevoegd in een bestemmingsplan nog eens extra, verdergaande eisen te stellen. Daarnaast betoogden de boeren dat in de Maatlat Duurzame Veehouderij een aantal voorwaarden staat die niet ruimtelijk relevant zijn.

De Afdeling neemt dat standpunt over en overweegt in rechtsoverweging 7.4 het volgende:

“[appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] stellen terecht dat de voorwaarden die in de MDV worden gesteld ook betrekking hebben op aspecten die niet ruimtelijk relevant zijn, zoals, bij wijze van voorbeeld, de voorwaarden ten aanzien van het energieverbruik en de omgevingsgerichtheid zoals daarin omschreven. Daarnaast bestaat de MDV uit een zeer groot aantal, zeer gedetailleerde voorwaarden waaraan stallen moeten voldoen. De MDV leent zich daarom niet voor de door de raad gekozen toepassing via een wijzigingsvoorwaarde. Gelet op het voorgaande is artikel 10, lid 10.6.11, onder j, van de planregels in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Het betoog slaagt.”

In essentie komt deze uitspraak er op neer dat de eisen die zijn opgenomen in de Maatlat Duurzame Veehouderij ruimtelijke relevantie missen. Zij gaan de reikwijdte van de Wet ruimtelijke ordening en daarmee van het bestemmingsplan te buiten. De Afdeling vernietigt vervolgens de volledige regeling (de wijzigingsvoorwaarde die betrekking heeft op de Maatlat Duurzame Veehouderij) vanwege strijd met een goede ruimtelijke ordening.

Ook de Brabantse Verordening Ruimte 2014 bevat in de BZV vergelijkbare duurzaamheidseisen. Gelet op de uitspraak-Reusel-De Mierden lijken ook deze eisen in strijd met de wet, maar dat zal verdere jurisprudentie van de Afdeling moeten uitwijzen.

Voor vragen over deze uitspraak, kunt u contact opnemen met een van onze advocaten die werkzaam zijn voor de sectie bestuursrecht.